‘Nieuws’, van Dagmar Baumann

 

stroken Chinees rijstpapier

c. 38 cm breed, lengte variabel;

tekstfragmenten in sepia-inkt;

diverse leeslampen

14 februari tot 29 maart 2026

28 maart: Avond van Dagmar

 

 

Achter de glaspui van DE RUIT hangen lange stroken papier, met daarop woorden, korte tekstjes. Als rugtitels in je boekenkast. Je leest ze van boven naar beneden, of andersom. Dat gaat het makkelijkst als je je hoofd ietsje kantelt. De horizon – baken in de realiteit-van-alledag – raakt even uit zicht. Je kunt je concentreren op die woorden.

Het papier – Chinees rijstpapier – is translucent: door de voorste rij schemeren die daarachter. De woorden daarop – nog net zichtbaar, als schimmen. Soms zie je enkel lege achterkanten.

Rijstpapier is delicaat, veel lichter dan normaal papier. Het wiegt op ieder vlaagje tocht of warmte lichtjes heen en weer. Temperatuurverschillen en luchtvochtigheid trekken het papier hol of bol, de sepia-inkt doet het bobbelen. De materialen gaan hun eigen gang. Sommige stroken lopen door tot over de vloer – dat maakt ze extra kwetsbaar: uitkijken waar je loopt! Het worden verstilde watervallen.

 

 

De woorden staan in losse letters: hoofdletters en onderkast. Zo zijn ze duidelijk, ook op afstand. Níet teksten, of hele zinnen – enkel flarden. “Overvolle leegte” bijvoorbeeld, of “Grün, grün, grün”

Als je goed kijkt zie je dat die letters niet gedrukt of digitaal zijn, zoals in kranten of boeken, of op beeldschermen. Integendeel: ze staan niet op een stevige ondergrond, maar op dat half doorzichtige rijstpapier. Contouren niet strak en scherp omlijnd, het ‘zwart’ niet egaal en dicht. De letters zijn geschilderd, met sepia-inkt. Je ziet afzonderlijke penseelstreekjes, de beweginkjes van de vingers die het penseel vasthielden. Ook, hoe de inkt is uitgevloeid op en in het papier.

Al-met-al zijn de letters, de woorden helder en stoer; aanwezig, maar niet opdringerig.

Baumann: “Ik wil graag stoer zijn, al ben ik van nature zachtaardig.”

 

Op atelierbezoek

 

Dagmar Baumann werkt in studiogebouw Bosland, in het voormalige atelier van de Rotterdamse kunstenaar Lizan Freijsen, die in februari 2024 om het leven kwam. Het is leeggeruimd. We … Lees Meer

 

The Alchemist’s Almanac to the Afterlife (2025)

6’; Super8/ 16mm, digitale versie

28 november-8 februari

 zaterdag 7 februari: Avond van Francien

 

 

The Alchemist’s Almanac to the Afterlife – stilte

Kouwe, grauwe wintermaanden…

Een zomers veldje met wuivende grashalmen, Parallel aan de beeldrand een donkere bosrand. Een bankje. Zo’n tien meter van je af. Vierkant beeld, symmetrie: balans.

Van links loopt een man het beeld binnen; hij gaat op het bankje zitten. Even later, ook van links, een vrouw; zij komt naast hem. Ze lijken wat te praten. Zij geeft hem iets: wat precies zie je niet; de camera zoomt niet in. Je blijft buitenstaander.

 

 

Daaroverheen glijden, langzaam, losse beelden, strak omkaderd: bloesemtakken, een schaduwrijk bomenlaantje, off-focus bloemen. Motieven die passen bij dit zonnige tafereel. Onwillekeurig gaan je ogen die volgen: iets van ‘beweging’.

Die inserts voegen zich niet in het perspectief. Ze passeren als over een glasplaat, tussen jou en de mensen op het bankje. Het beeldvierkant blijkt toch landscape format: je oog krijgt ruimte.

De man staat op en loopt naar rechts weg; de vrouw blijft achter. Even een jogger: vaart, vitaliteit. “Dat was niet gepland, opeens was hij er, terwijl ik daar zat.” Ze blijft nog een poos. Nieuwe inserts, rondom: zomerse vergezichten, bloemen, een briesje door de heg. Dan gaat het beeld op zwart – op een enkele bloem na.

Nauwelijks handeling, nauwelijks verhaal; geen beeldwisselingen, geen close-ups. Verstild, bijna een droom.

 

 

Francien van Everdingen

Francien van Everdingen (1969; Eethen) studeerde in Groningen en Tilburg: beeldhouwen; daarna de School of the Art Institute of Chicago: cinematografie. Film werd haar medium. Ze noemt zich ‘film-maker’: compacte films, vaak ultrakort.

‘Van Everdingen’; dat klonk, toen we elkaar langgeleden hier in Rotterdam voor het eerst ontmoetten, bekend: mijn geboortehuis was eigendom van haar familie. Meteen een band.

Ook om wíe ze ís. Nederlands Hervormd opgevoed, ging ze in 2012 over tot de Islam. Ze werkt, zegt ze, “tot glorie van God”, een lofzang op de Schepping. Naast haar kunstenaarschap startte ze Stichting Lezeren: Nederlands leren voor volwassen nieuwkomers, veelal Arabischtaligen.

Die cultuur komt … Lees Meer

 

 

inkjet prints op kunststof doek,

afmetingen variabel

NB: de presentatie is verlengd t/m vrijdag 21 november

 

 

Kijken

Achter het glas van DE RUIT hangen kleurige lappen textiel, grootformaat: 180 x 120 centimeter. In rijen naast elkaar, en achter elkaar; soms dicht op elkaar, dan weer met tussenruimten.

Dun-doek: flinterdun en fragiel, als vitrage of libellenvleugels. Bijna transparant: je kijkt er dwars doorheen – vooral ‘s avonds wanneer binnen licht brandt. Ook overdag, buiten, kun je door de voorste rijen de achterste zien. Je moet steeds opnieuw focussen: kijk je naar de voorste lappen, af meer naar achteren? Je moet voorbij kijken aan alle reflecties op het glas.

Op die transparante dundoeken fotografische afbeeldingen van handen: allerlei houdingen en gebaren. Geen mensen – enkel handen. Enorm uitvergroot; soms zie je alleen nog beeldpixels. Veel kleur ook – dat maakt die handen bijna tastbaar. Gigantisch groot, haast verpletterend – maar toch vooral heel menselijk, intiem.

‘Flags’ noemt Wim Bosch zijn installatie hier. Vlaggen. Meestal hangen die buiten, in de wind. Wapperen, en flapperen: je kunt vlaggen ook horen, vooral als die wind meer is dan een briesje.

 

Hier, binnen niks daarvan. De flags van Wim Bosch hangen bijna stil. Enkel zacht deinen, wiegen, glooien, op bewegingen van zuchtjes lucht: de voordeur die opengaat, warmte van de zon of de radiator, iemand die binnen langsloopt.

Verstild beeld dus, tegelijk stevig en vol zeggingskracht. Handen – wat zeggen ze?

 

Wim Bosch

Wim Bosch. ‘Plaquette (cassette) nr. 2’, 2023

 

Wim Bosch (1961, Groningen) studeerde in 1989 af aan Academie Minerva – als schilder. In 1992 won hij de ‘Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst’.

Tegenwoordig is hij vooral bezig met fotografie als digitale kunst. Niet dat hij zelf foto’s maakt. Hij gebruikt bestaand beeld, bijvoorbeeld uit kranten, magazines of andere publicaties. Vaak met zorg gemaakt, soms slordig en afgeraffeld. Vaak zijn ze niet een lang leven beschoren, tenzij in je herinnering: het meisje tussen de deuren van een goederenwagon richting Dachau, Abbey Road, de man voor de tank in Beijing, de traan van Máxima, Lady Gaga tijdens een concert … Lees Meer

 

neonbuizen / spanbanden,

afmetingen variabel

vrijdag 10 oktober: ‘Avond van Merijn’ (intercontinentaal)

 

 

 

Kijken

Strepen en spannende swirls neonlicht: sommige recht, andere sierlijk gekromd; allerlei kleuren: soms fel, dan weer ingetogen. Niet alleen, zoals bij DE RUIT gebruikelijk, parallel aan de glaspui; óók in de ruimte ervóór en daarachter, en boven je hoofd. Levendig, lichtvoetig en speels.

Veel méér opvallend dan de stroomsnoeren zijn de kleurige spanbanden waaraan die neonstrepen daadwerkelijk hangen. Die banden, zorgvuldig geknoopt, zijn niet enkel functioneel, als dragers van dat neon. Het zijn volwaardige beeldelementen, deel van de compositie.

Het immateriële licht, en de stevige spanbanden vormen samen een soort tekening. Meestal teken je op vlakke vellen papier – o wee als dat kreukelt of kromtrekt. Hier bij DE RUIT is een 3D, ruimtelijke tekening ontstaan.

Die spanbanden, en daarmee de neonlijnen, hangen niet zomaar lukraak door elkaar. Er was geen ontwerp, en dat kwam er ook niet. Tijdens het installeren heeft Merijn Haenen goed naar de ruimte gekeken, en daarin – letterlijk en figuurlijk – aanknopingspunten gezocht. Stevige plekken, waaraan die spanbanden zijn verankerd. En punten die het specifieke karakter van de locatie blootleggen, en definiëren.

 

Merijn Haenen

 

 

Merijn Haenen (1989, Beringe) studeerde in 2014 af aan de Willem de Kooning Academie – als grafisch ontwerper. Boeken en ander drukwerk, affiches en advertenties, logo’s en huisstijlen. Soms ook bewegwijzering en beursstands: dan krijg je ook te maken met de derde dimensie.

Tegenwoordig verlopen ontwerpprocessen digitaal – er komt nog nauwelijks handwerk aan te pas. Werken in opdracht, vanuit nauwkeurig geformuleerde uitgangspunten, strak opgestelde budgetten, en binnen strenge deadlines. Moeilijk om uit dat keurslijf te ontsnappen. Merijn is fan van grafisch ontwerper Karel Martens: hem lukte het een herkenbare, eigen stijl te ontwikkelen, collages uit heel divers beeldmateriaal.

Tijdens zijn studie kreeg Merijn het advies stage te lopen bij Florentijn Hofman – van de gigantische ‘Bospoldervos’ langs de Schiedamseweg. Ook na zijn afstuderen bleef Merijn in diens atelier werken.

Zo ontdekte hij naast opdrachtwerk – oa voor kokendwater-kranen: brood-op-de-plank! – langzaamaan ook autonoom te werken, ook in de 3D ruimte. … Lees Meer