Tonio de Roover, ‘GO!’
21 maart t/m 4 mei 2025
2 mei 2025: ‘Avond van Tonio’
Instagram: @tonioderoover
t/m 6 april 2025 is ook werk van Tonio de Roover
te zien bij Glad To See You, Drievriendenstraat 26
‘GO’: Tonio, go!
Kijken, goed kijken – zo beginnen deze introducties vaak. Tonio de Roover weet, nauwelijks een week voor de opening, nog niet wat hij zal laten zien….
Een eerste idee-schets: ‘iets’ op de glaspui. Foto’s van materialen die hij misschien gaat gebruiken. Bijvoorbeeld een groene, modderige fietshelm, die hij ooit vond langs de straat, daar achtergelaten door iemand met een ‘GO’-leenfiets.
Hij wist nog niet of hij die helm hier zou gaan gebruiken. Tonio: “Ik zal wel zien”. Go Tonio, go!
Tonio de Roover
Tonio de Roover (1973) studeerde in 1998 af aan de Willem de Kooning Academie –Interieurarchitectuur: meubels en design. Vanwege zijn belangstelling voor kleur ging hij ook schilderen, ook tijdens een stage in Parijs. Eenmaal afgestudeerd werd hij niet interieurarchitect, maar autonoom kunstenaar. Niet werken in opdracht, maar naar eigen idee.
Een grote verscheidenheid aan projecten. Soms objectmatig, binnen of buiten; traditionele ‘sculpturen’ kun je die nauwelijks noemen. Soms fragiele, zwevende constructies. Soms vrijstaande installaties die de ruimte eromheen opnieuw definiëren. Ook 2D werken, voor aan de wand – maar ‘schilderijen’ zijn het niet. Een veelzijdig, rijkgeschakeerd, moeilijk grijpbaar oeuvre. Heel verschillende materialen: de gebruikelijke, maar ook ‘non-artistieke’; heel verschillende verschijningsvormen; en heel verschillende technieken.
Gemeenschappelijke noemer voor alle projecten is Tonio’s belangstelling voor ruimtelijke aspecten – 3D: echo’s van zijn opleiding als interieurarchitect? Ook kleur speelt een belangrijke rol: meegenomen vanuit de afdeling Schilderen?
Als kunstenaar van veel markten thuis, noemt De Roover zich ook “manusje-van-alles”. Regelmatig klussen – al was het alleen maar voor extra inkomen. Verbouwingen bijvoorbeeld: heel down-to-earth, werken met je handjes. “Als kunstenaar moet je ook een lekkend riool kunnen fixen.” Ook werkt hij parttime, als tentoonstellingsontwerper, in de Centrale Bibliotheek aan de Hoogstraat.
East Meets West
In de hal daar vind je Tonio’s ‘zwevende tapijten’. Je kunt erop zitten, liggen bijna. Kun je ze fauteuil noemen, of bank of chaise longue, sofa of bed? Zulke termen passen nauwelijks. Tonio noemt ze “sculpturale objecten in de ruimte”.
In fysieke zin zijn het sierlijk gebogen platen multiplex. Daadwerkelijk zweven kan natuurlijk niet. Daarom, nauwelijks zichtbaar, een steunconstructie, geïnspireerd op kruiwagenpoten. De bekleding: niet strakke, egaal gekleurde meubelstof, zoals bij westers-modernistisch meubilair. Hier zachte, bontgekleurde oosterse tapijten: die refereren aan zit-tradities uit andere culturen.
Tonio’s ‘sculpturale ruimtelijke objecten’ zijn, zegt hij, niet ontworpen maar ontstaan, op basis van materiaalexperimenten, onderzoek, eerdere ervaringen, en op ‘gevoel’.
Neem multiplex. Van zichzelf zijn die platen weinig stabiel: tenzij je ze fixeert wapperen ze enigszins. Als je ze buigt worden ze steviger, stijver. Hoeveel gewicht kunnen ze dan dragen? Hoe dik moeten die platen zijn? En hoe ver kun je ze überhaupt buigen zonder dat het hout barst of scheurt: triplex is soepeler dan 18 mm multiplex. In hoeverre moet je het ondersteunen zonder dat het doorzakt?
Dan die tapijten. Je kunt kijken naar technische aspecten: hoe zijn ze gemaakt, welke materialen en kleurstoffen? Functionele aspecten: tapijten hadden in de loop van de geschiedenis diverse functies. Bekleding van wanden en vloeren: isolatiemateriaal. In diverse niet-Westerse culturen ook om te zitten: tapijten en zachte kussens in plaats van stoelen of banken. Visuele aspecten: patronen en kleuren zijn soms ingetogen, soms juist uitbundig: regionaal bepaald. Ze maken uiteenlopende culturele identiteiten zichtbaar.
Terug naar de hal van de bibliotheek: een onoverzichtelijk ruimte. De donkere harde vloertegels zijn weliswaar bestand tegen ingelopen zand en vlekken, en gelukkig makkelijk te dweilen. Daarentegen zorgen harde materialen – ook die van kolommen en wanden – voor een onaangenaam galmen, vooral als het druk is. De Roover’s zwevende tapijten brengen kleur in de grijsheid; nodigen uit tot even zitten, of liggen; dempen de galm; structureren looplijnen in de grote ruimte; én laten zien dat Rotterdam ‘stad van vele culturen’ is. East Meets West.
Atelier als laboratorium
Zijn atelier staat volgestouwd met materialen die hij voor z’n projecten gebruikt: rollen papier en folie, transparant of translucent, karton in allerlei variëteiten, golfplaat uit metaal of kunststof, glas, platen hout en balken uit de bouwmarkt, gekleurde latjes, metalen buisjes.
Middenin een hoge werktafel, met daaronder nog weer meer spul. Langs een van de wanden een werkbank met diverse gereedschappen, erboven kunststof opbergkratten. In een andere hoek zijn werkblad; iMac, boeken en tijdschriften, notitiecahiers; dáárboven, ingelijst of vastgeprikt, foto’s van gerealiseerde projecten, schetskrabbels voor ‘things to come’. Stukjes golfkanton, diagonaal ingesneden en uiteen getrokken als een accordeon: bijna een plat, tekening-achtig grafisch ‘reliëf’.
Wat dat was? “Oh, experimentjes. Bijzonder dat dat materiaal op die manier stijf en stevig wordt, wist ik niet.” Karakteristiek voor De Roover’s manier van werken. Eindeloos materiaalonderzoek: technische en constructie aspecten, tactiele en visuele kwaliteiten. Waarvoor kun je het, anders dan de normale toepassingen, nog meer voor gebruiken. Onderzoeken, experimenteren, zonder dat je al weet wat dat oplevert. Onderzoeken met je handen, maar ook erover lezen.
“Dakpannen bijvoorbeeld: ik las over allerlei variëteiten, allerlei vormen, formaten en schakeltechnieken. Kleurverschillen zijn afhankelijk van gebruikte grondstoffen en baktemperaturen. Klei bevat ijzeroxide en wordt in eerste instantie rood. Door de pannen daarna eventueel nog te smoren worden ze grijs. Dat maakt ze duurder, maar zo gaan ze op leisteen lijken. Dat oogt ook ‘duurder’: zo konden rijke opdrachtgevers zich onderscheiden.
Dat sociale aspect vind ik het meest interessant. Of ik ooit dakpannen ga gebruiken is nu nog niet belangrijk. Zulke proefjes, uitproberen – daaruit ontstaan mijn projecten; niet dat ik eerst iets ontwerp, en daarbij geschikt materiaal zoek. Ik laat me leiden door de materialen.”
Ontwerp, of onderweg; plan, of proces?
Dat procesmatige is karakteristiek voor De Roover als kunstenaar. Zoeken belangrijker dan eindresultaat. “Picasso achter het canvas waarop hij de ‘Demoiselles d’Avignon’ schilderde – denk je nou echt dat hij tevoren een plan had, een ontwerp, dat-ie precies had uitgedokterd hoe het zou moeten worden, dat het ‘Kubisme’ moest zijn? Volgens mij liet hij zich, op basis van eerdere ervaringen, tijdens het schilderen leiden door wat er tóen gebeurde, de vormen die tóen ontstonden, de compositie, doorhalingen en verbeteringen, de kleurcombinaties en verfstreken. Geen einddoel, geen ontwerp. Je moet het laten gebeuren.”
Heel anders dan architecten en interieurontwerpers, industrial designers, grafisch ontwerpers. Die maken een gedetailleerd uitgewerkt ontwerp van het gewenste eindresultaat, om dat daarna uit te (laten) voeren. Het ‘plan’ belangrijker dan het ‘maken’. Alles vastleggen, opdat daarna niets meer kan veranderen; toeval uitsluiten.
Tonio de Roover: “Ík wil me niet vastleggen, vastpinnen. Ik wil nog tijdens het maakproces dingen kunnen aanpassen; dingen laten gebeuren die ik nog niet had bedacht, die ik pas dán en daar zie.” Hij kan niets met termen als de ‘goddelijke ingeving’, of het ‘creatieve moment’. Aan het werk, kijken: dát als leidraad.
‘GO’ bij DE RUIT
Vandaar dat Tonio voor DE RUIT nog geen scherpomlijnde plannen had. Wel wilde hij kwijt dat uitgangspunt voor zijn presentatie hier het grensvlak is tussen buiten en binnen: de glaspui zelf. Maar precies wat en hoe, welke materialen en kleuren hij gaat inzetten, en in hoeverre zijn ingreep 2D of 3D wordt, weet hij nu nog niet. Geen ‘ontwerp’, zoals een interieurarchitect zou maken. Tonio de Roover wil werken als schilder: pas tijdens het maakproces ontstaat het uiteindelijke werk. “Ik zie wel wat er dan onderweg nog gaat gebeuren.” Dat gebeurde nog tot op de avond vóór de opening…
‘GO’: Tonio, go!
© Guus Vreeburg/DE RUIT, 21 maart 2025