Dré Wapenaar. Pas de Deux; visualisatie april 2026

Pas de Deux, van Dré Wapenaar

vlas/linnen, en stalen buis

c. 350 x 550 x 250 meter

 vanaf 2 mei 2026

eind juni: de Avond van Dré

website Dré Wapenaar

Je kunt Pas de Deux ook van binnen  bekijken;

aanbellen dus, en zien of er iemand thuis is.

 

Pas de Deux – duo dans

Tussen plafond en vloer hing Dré Wapenaar semi-transparante, golvende schermen uit losjes geweven textiel. Ze kunnen ten opzichte van elkaar bewegen: naast elkaar, of achter elkaar langs – Pas de Deux.

Die titel is ontleend aan klassiek ballet: een elegant, gewicht-loos duet van de ‘prima ballerina’ en de ‘primo ballerino’ – de hoofdpersonen in het verhaal en, in de choreografie. Hun ‘pas de deux’ als rustpunt in de voorstelling.

De vorm van Wapenaar’s schermen herinnert aan plooiingen van vitrage of gordijnen. Je kunt ze dichtschuiven, of juist weer opentrekken. Achter die plooien kon je je bij het verstoppertje spelen verschuilen. Ook bij Pas de Deux kun je tussen deze ‘gordijnen’ gaan staan, maar het materiaal is soepel, en transparant geweven.

Als je er met z’n tweeën tussen gaat staan – ieder in een eigen plooi, of lekker naast elkaar – word je omhuld in een dunne, transparante cocon. Je blijft enigszins zichtbaar. Maar misschien sta je nu juist extra in de schijnwerpers? “Spelen met zichtbaarheid”, zegt Wapenaar.

Pas de Deux hangt niet direct achter de glaspui van DE RUIT, maar steekt enigszins de ruimte in. Zo ontstaat een driedimensionale, sculpturale installatie die herinnert aan eerdere projecten van Dré Wapenaar.

 

Dré Wapenaar

Dré Wapenaar maakte, in Nederland en internationaal, furore met architectonische sculpturen: luchtige paviljoens, en besloten ‘tentsculpturen’ (Gerrit Komrij, 2009). Steeds stevig canvas, met stevige gebogen buizen als skelet. Mechanische spanning tussen die materialen kneedt de vormen.

 

Dré Wapenaar. Boomtenten / Tranendreef, 1998/2025

Wapenaar (1961, Berkel en Rodenrijs) studeerde van jongsafaan piano: klassiek en jazz, hoog niveau. Muziek als first love.

In Tilburg volgde hij aan de Academie voor Beeldende Vorming de opleiding Tehatex (‘tekenen, handvaardigheid, textiel’). Hij studeerde af in Handvaardigheid, en Kunst-geschiedenis.

Docenten Paul de Nooijer en Harry Boom wezen de weg naar de sculpturen uit golvend plaatstaal van Richard Serra, en Christo’s ‘wrapped-buildings’.

Daarna Rotterdam: levendige kunstscene, atelierruimte in overvloed. Wapenaar’s website meldt “Canvas sculpture, design, architecture and performance arts”: samen-spel van diverse artistieke disciplines.

Sculpturen uit canvas, op architectonische schaal. Wapenaar realiseerde paviljoens waarin hij, met bevriende collega’s, optreedt als pianist. Podiumruimte voor concertvleugels; zitgelegenheid voor luisteraars in de luwte van canvas schermen; driedimensionaal-golvend canvas ‘daken’. Gedragen door iel-ogende buispoten, lijken zulke paviljoens te zweven.

Ook tenten: besloten volumes, met betreedbare binnenruimte. Soms gewoon op de grond; soms boven elkaar gestapeld, binnen steigerstructuren; ook tenten-als-druppels, hangend aan muren of bomen. Vakmanschap: minutieus ontworpen details, zorgvuldig uitgevoerd. Lust voor je oog!

 

Dré Wapenaar. Boomtent tijdens Art Rotterdam, maart 2026

 

Atelier: werkplaats en concertzaal

Dré Wapenaar woont en werkt in een voormalig schoolgebouw in de Bloemenwijk. De gymzaal, groot en hoog, is zijn atelier. Op het eerste gezicht bijna een ambachtelijke werkplaats, van een vakman-constructeur.

Overal staan bundels metalen buizen, in diverse diameters. Kratten vol forse bouten en moeren – ready-mades uit de Hornbach? – en made-to-measure verbindingsstukken. Een zelfgebouwde buigtafel, waarop Wapenaar die buizen in vorm trekt – handmatig: hard werken!

En overal rollen canvas, in diverse kleuren. Ook veel soepeler textiel; open geweven, met veel ruimte tussen schering en inslag, maar toch óók stevig. Op gigantische werkbladen snijdt Wapenaar het textiel in de vormen die nodig zijn om uit tweedimensionaal materiaal driedimensionale vormen te construeren. Verder diverse industriële naaimachines, om die lappen stevig aan elkaar te zomen. Dikke garens vormen op de uiteindelijke sculpturen intrigerende lijnen: driedimensionale tekeningen.

Rondom hangen kleurige ontwerpschetsen en visualisaties van gerealiseerde projecten; fijnzinnig getekend, door dezelfde knuisten die metalen stangen in vorm trekken.

 

Dré Wapenaar in zijn atelier, 28 januari 2026

 

Zijn vingers bespelen ook pianotoetsen. Middenin de ruimte, niet te missen, staan, elegant-soepel tegen elkaar, drie concert-vleugels. Wapenaar is óók musicus. Hij speelt Bach en Händel, maar ook – samen met bevriende pianisten – minimalistische composities van Simeon ten Holt. Regelmatig wordt Wapenaar’s atelier-als-werkplaats ook even concertzaal. Bijzondere combinatie!

 

Pas de Deux – ballet

De term ‘pas de deux’ stamt uit de balletkunst: een duet voor twee dansers – per traditie een vrouw en een man.

In de Romantische balletten van de 19e eeuw ontstond het Grand Pas de Deux: ‘pirouettes’ (draaien om je as), ‘arabesques’ en ‘attitudes’ (verstilde poses, balancerend op één been), ‘levées’ (sprongen die landen op de tenen van één voet) en ‘jettées’ (voorwaartse sprongen met beide benen gestrekt) en ‘lifts’ (híj tilt háár hoog op).

Kortom: elegant en sierlijk alsof zwaartekracht niet bestaat, wervelend op slanke spitzen. Vervang die door kunstschaatsen: ijsdansen voor paren.

‘Paren’ – maar in traditionele rolverdeling. De ‘prima ballerina’, rank en slank en soepel. Ook de ‘primo ballerino’, of ‘primo uomo’ rank en slank, maar sterk en gespierd. Hij moet haar gewichtloos doen lijken.

Pas in de 20e eeuw veranderde dat. Choreograaf Rudi van Dantzig was een van de eersten met een pas de deux voor twee mannen. In zijn Monument voor een gestorven jongen (1965) probeert een jongeman in het reine te komen met zijn homoseksuele gevoelens – hij danst met eerdere ‘ik’-ken. Uitzonderlijk!

 

Rudi van Dantzig. Monument voor een gestorven jongen, 1965/2025; dansers: Timothy van Poucke en Constantine Allen. foto: Hugo Thomassen

In eigentijds ballet, bewegingstheater, performatieve dans komen dergelijke ‘pas de deux’, soms ‘de trois’ of méér, steeds vaker voor: gelijkaardig, en gelijkwaardig.

 

Tenten en textiel

Zonder traditionele ‘textiele kunsten’ – breien, borduren, kantklossen en draperen, etcetera – tekort te doen, kun je wél zeggen dat de omgang van beeldend kunstenaar Dré Wapenaar met textiel-als-materiaal (canvas, losse weefsels) wezenlijk anders is.

Hij is niet de enige die textiel gebruikt. Ook andere heden-daagse kunstenaars werken ermee. Om dicht bij huis te blijven: Boris Ackett en Zoro Feigl, Lizan Freijsen en Dico Kruysse. In het TextielLab in Tilburg experimenteren kunstenaars met nieuwe technieken en materialen. Wapenaar ontwikkelde er grofmazig textiel voor lopende projecten.

 

Tipje van het materiaal voor Pas de Deux; 28 januari 2026

Wapenaar’s textiele sculpturen (paviljoens, tenten) zijn – anders dan die uit edelmetaal, steen, beton of kunststof, of zelfs hout – niet bedoeld voor de eeuwigheid. Je kunt ze opbouwen, en later demonteren, en verplaatsen naar wisselende locaties. Dat hebben ze gemeen met tenten (yurts, ger’s en teepees) van nomadische culturen. Niet alleen om binnenruimte te omsluiten en af te schermen van de grote buitenruimte, staan tenten ook voor tijdelijkheid en mobiliteit. “Mijn tentje mee, of niet?” – vraag ik me af bij voorbereidingen voor langeafstand fietsvakanties.

Die vraag karakteriseert hedendaagse woonculturen. Wapenaar’s ‘Canvas Sculptures’ staan symbool daarvoor. Ze passen bij de vluchtigheid, én de eeuwigheidswaarde, van muziek, en ballet.

 

Pas de Deux bij DE RUIT

Dré Wapenaar. Pas de Deux; visualisatie april 2026

“Gelijkaardig, en gelijkwaardig”: dat geldt voor eigentijdse duo-dansers, maar ook voor de ‘dansers’ van Dré Wapenaar. Gelijkaardig – qua materiaal en constructie, en qua vorm. Gelijkwaardig – in functioneren én in visuele zeggingskracht.

 

Gelijkaardig. Twee identieke schermen, rond 3-en-een-halve meter hoog, en 2-veertig breed. Lappen goud-bruinig, grof geweven linnen. Ze hangen aan rails, en kunnen van positie veranderen. Nu eens naast elkaar, dan weer achter elkaar; dán hangen ze bijna lepeltje-lepeltje. De schermen zijn immers ‘lui’ en breeduit golvend. Bovenaan nog vlak, worden ze in vorm getrokken – ook híer! – door zware, gebogen buizen onderaan de lappen, een paar centimeter boven de vloer: ze zweven.

 

Gelijkwaardig óók. Naast elkaar glijden die schermen langs de brede glaspui. Ópvallend licht – de zon, of verlichting van binnenuit – maakt ze glanzend en semi-transparant, als vitrage. Je kunt er doorheen kijken; dat wordt bij minder licht anders. Met de schermen áchter elkaar ontstaat een compacter beeld, massiever, als geknede klei. Binnen kun je er tussendoor lopen: een hoge, nauwe kloof. Je schouders voelen soepel weefsel. Kun je tussen die plooien schuilen, of word je verraden door je schaduwen, op de schermen en de vloer?

 

Pas de Deux bij DE RUIT: nieuwe vormen en nieuwe, lossere weefsels. Dré Wapenaar experimenteert!

 

© Guus Vreeburg/DE RUIT

Rotterdam, 20260502

 

De presentatie Pas de Deux van Dré Wapenaar werd mede mogelijk gemaakt door CBK Rotterdam/Art Office.

 

Dré Wapenaar. Klankbodem, 2013