Man oh Man

fingerpainting: vingers, klei en plakfolie op glas

DE RUIT, 9 februari t/m 24 maart 2024

www.annaramsair.nl

instagram: @annaramsair

tekst Anna Ramsair tijdens opening

 

 

Trompetter
Jan Klaassen: niet de sukkel uit de poppenkast, maar ‘trompetter in het leger van de Prins’: niet om geld, niet een held, niet in voor krijgsgeweld – maar ‘trompetter in hart en ziel!’ Een hit uit 1973. Tekst, beetje ironisch, van Boudewijn de Groot, en muziek van Lennaert Nijgh – anti-establishment rakkers toen. Nú heel andere tijden… zijn we ingeslapen? Kunstenaar Anna Ramsair laat nu bij DE RUIT allerlei trompetters opdraven: wat heeft dat te betekenen?

 

 

Roeptoeters

 

De glaspui van DE RUIT vol ‘roeptoeters’, zoals Anna Ramsair ze noemt. Op de bovenramen een optocht van vrolijke dansers-met-uitgelaten-trompetten. Op de etalageruiten trompetteren ze recht in je gezicht. Sommige levensgroot, op stevige voeten. Andere kleiner: sommige tuimelend, andere fladderend. Allemaal pal vóór je neus: geen ontkomen aan!
Op het eerste gezicht ogen die roeptoeters identiek. Allemaal gekleed in bruine klei. Allemaal goud aan de voeten. Allemaal een trompet: ook goud. Bij nader inzien zijn die trompetters onderling toch nét effe anders: qua lichaams-bouw, qua houding, qua lichaamstaal en uitstraling. Maar allemaal in het grid van de stedelijke ruimte: reflecties van de hoge gebouwen rondom. Daar sta je zelf ook, in een grote parade: allemaal uniform, maar allemaal toch ook individuen met iets ‘eigens’.
Ook eigenheid bij Anna Ramsair. Ze werkte niet met verf en kwasten, maar met verdunde klei, en haar eigen vingers: fingerpainting, “kliederen met klei” zegt ze. Rafelige, mat-bruine lijnen en vlakken, soms bijna transparant; je ziet Anna’s vingerafdrukken. Alle voetstukken en trompetten in goudkleurig plakfolie: letterlijk schitterend in de zon. Die klei-en-folie tekening is aangebracht op dubbelglas: een subtiele verdubbeling van het beeld. De schaduwen op de vloer binnen horen erbij; ze verschuiven met de zon.

 

 

Trompetten

 


Trompetten tetteren boven alles uit. Je hebt er virtuoze lippen voor nodig. Ze klinken steeds anders. Jan Klaassen liet het leger marcheren, ‘van Den Helder tot Den Briel’, maar speelde ook vrolijke liedjes voor kinderen langs de baan. Heel anders de last post op 4 mei: die maant tot stilstaan, in stilte. In Barokmuziek, bijvoorbeeld bij Bach, klinken trompetten juist feestelijk: ‘Gloria!’. Trompetten spetterden in de pomp-and-circumstance bij de plechtige kroning van King Charles. Bij Haydn en Mozart gaat het om sprankelende soepelheid. Louis Armstrong: zwoele jazz… Nep-trompetten zetten de Kuip op z’n kop. Bij dreigend gevaar snerpen trompet-sirenes; iedere eerste maandag van de maand loeien ze over de stad. En dagelijks ‘tatuuu tatoeoe’ van politieauto’s, ambulances, brandweerwagens: pas op, uit de weg!
En alle roeptoeters van Anna Ramsair: ieder ons eigen lied.

 

Klei op glas

Fingerpainting, met klei op glas. Een heel andere techniek dan glas-in-lood, of glas-in-beton. Dan zit de kleurige tekening ingesmolten tussen platen glas. Deze toeteraars staan direct óp de ruiten – aan de binnenkant; en ééntje, brutaal, buiten…
Anna Ramsair werkt regelmatig met klei. Ze schildert ook, met acrylverf op canvas. Sinds kort borduurt ze zelfs, op gordijnstof. Daarnaast werkt ze dus vaak met klei: beschilderde en geglazuurde vazen, en kleine sculptuurtjes: 3D ‘roeptoeters’.

 

Voor DE RUIT experimenteert ze met klei-op-glas. In haar atelier maakte ze kleinschalige proefjes. Hoe kun je met je vingers met klei schilderen? Hoe dik of dun kan dat zijn? Hoeveel van die vingers mag zichtbaar blijven? Wat doe je met onregelmatigheden, rafelrandjes en eventuele druipers?

 

 

“Soms gebruik ik een schraapmesje, maar meestal beschouw ik die ‘foutjes’ als waardevolle ‘bijvangst’: iets wat ik niet voorzien had maar er tóch is. Op de kleine schaal van die glasplaatjes lijkt het goed te werken – maar hoe gaat het in het groot? Kunnen mijn vingers die grotere schaal aan? Zal zoveel klei zich goed hechten op het glas? Wat als de klei te snel droogt, of überhaupt te droog wordt in de zon – gaat het dan barsten? Blijft het dan wel zitten? En als het buiten – en binnen – vochtig wordt: wat gebeurt er dán: glijdt het dan langzaamaan naar beneden? Spannend om te zien: het kan gaan zoals gepland, maar ook mislukken – ook dát is spannend!”

 

Anna Ramsair: beeldende kunst én sociologie van de stad

 

Anna Ramsair (Rotterdam, 1956) noemt zichzelf beeldend kunstenaar en ‘observator van grootstedelijk leven’. Ze studeerde aan de Willem de Kooning Academie. Daarna rondde ze aan de Erasmus Universiteit een studie Sociologie af. Ze is met name geïnteresseerd in de gelaagdheid van onze stedelijke samenleving.
“Onze maatschappij is tegenwoordig veel complexer dan vroeger. Aan de ene kant willen we allemaal roeptoeteren dat we als individuen allemaal ‘individueel’ willen zijn. Tegelijkertijd willen we bij groepen
horen – ik heb het liever over ‘velden’ – en ook daaraan onze identiteit ontlenen: culturele achtergrond, sekse en geaardheid, ons werk en professionele kwaliteiten, onze hobby’s, onze leeftijd en levensfase, politieke voorkeur – noem maar op. Binnen al die velden gelden vaste sets van normen en waarden, waaraan je je moet houden wil je daarbij horen. Soms liggen die normen en waarden in elkaars
verlengde; en soms zijn ze tegenstrijdig.”
“Ik wil dat vanuit een sociologisch perspectief bekijken. Daarbij is het niet aan mij om te oordelen, laat staan te veroordelen. Ik kan slechts constateren, en met empathie en medeleven kijken naar hoe wij allemaal worstelen op het slappe koord tussen individualiteit en groepsidentiteit. Allemaal onze eigen gouden trompet, maar laten we niet de rijkdom vergeten van de velden waarin we staan: óók goud!”

 

Atelier en samenleving

 

 

“Als kunstenaar hoor ik in het veld van ‘de kunsten’ – daar wordt van alles van me verwacht. In mijn atelier is het anders. Daar is het stil, daar gelden normen van buiten niet. Mijn eigen domein: daar bepaal ik zelf wat ik wil. Kunstenaar-zijn is volgens mij jezelf steeds vernieuwen, niet herhalen, niet vastroesten, niet doen wat er van je verwacht wordt. Ik zoek steeds de marges van mijn beroep, van de materialen en technieken. Ik wil steeds nieuwe inzichten ontwikkelen. Dat te kunnen: dát is voor mij ‘schoonheid’ – niet wat ‘deskundigen’ in mijn beroepenveld daarover vinden, noch wat het publiek verstaat onder ‘mooi’…”

“Maar vaak moet ik toch de ‘buitenwereld’ in, en dan onder ogen zien dat ik daar gerekend word tot dat kunstenveld, en dus ook zo beoordeeld. Buiten hoor ik ook bij het veld van ‘vrouwen’; buiten hoor ik langzamerhand ook bij de ‘ouderen’, ingehaald door nieuwe generaties.”
“In onze complexe samenleving is niet veel ruimte voor kunst, niet veel begrip voor het belang van wat kunstenaars maken: ‘is dát nou kunst?’ Als je maar je eigen broek kunt ophouden, dan vinden mensen het allang best. Voor mijzelf, voor mijn eigen leven, is kunstenaar-zijn van vitaal belang. Zó kan ik de normen en waarden van al die ‘velden’ ontregelen, en steeds weer proberen mijn eigen
grenzen te doorbreken.”
“Ik heb niet de pretentie om een boodschap over te brengen, mensen te waarschuwen of te bemoedigen, hen iets te leren, of zoiets. Ik vind het al heel mooi als mensen kijken en erover nadenken.”

 

Geen boodschap – wel beeld

 

Bij Anna Ramsair dus geen ‘boodschap’ aan ons, geen ‘les’ – wél ‘beeld’. Daar zijn we dan met ons allen: onze voeten in velden van goud, en allemaal een eigen gouden trompet. Soms stevig staan, soms tuimelen, soms fladderen. Dat laat Ramsair’s beeld bij DE RUIT zien. Aan ieder van ons te bedenken: welk goud ligt aan onze voeten, en welk gouden geluid klinkt uit ons eigen trompetje? Laat maar horen!

 

© Guus Vreeburg / DE RUIT, 9 februari 2024
Tekst gebaseerd op een gesprek
met Anna Ramsair, 11 januari 2024